Om alle inhoud te kunnen zien hebt u de actuele versie van Adobe Flash Player nodig.

Startpagina Zuivel verhalen & reportages De geschiedenis van de "Snuffel" De Zuivelcharters van weleer Melkboerin - Postkaarten De Melkboer Melkbussen-vervoer Van melkbus naar RMO RMO In de fout 1 Quak-Melk Zuidland De Combinatie Overschie Het begon met VACCA - Oud Gastel Vecozuivel Mona - Zutrans - Post Kogeko Zutrans begin & einde Zutrans Magazine  Album 1 zuivelauto A t/m C Zuivel gerelateerde filmpjes Zuivel Commercials Almhof  Zuivel reclame Affiches - Amersfortia Gastenboek - Alg.voorw.- Links Contactformulier  

Van melkbus naar RMO

VAN MELKBUS NAAR RIJDENDE MELK ONTVANGST

In de jaren tussen1960 - 1980 ging het bussenvervoer geleidelijk over naar het Rijdende - Melk - Ontvangst, kortweg RMO genoemd, bij de fabrieken zag je dan nog een poosje het lossen van de oude melkbussen en de nieuwe RMO. Daarvoor had men al allerlei vormen van melktankvervoer uitgeprobeerd, soms zeer omslachtig vaak verre van hygienisch. De bussen met melk werden met de hand boven in de tank gestort en omdat de boer toen ook nog niet over een gekoelde opslagtank beschikte, werd dus dagelijks op zo'n manier de melkbus geledigd. Ook het reinigen van de tank en de melk bussen liet nog al eens te wensen over, met als gevolg dat de rauwe melk al snel besmet raakte en zodoende de hele tank werd afgekeurd en dus niet meer voor consumtiemelkprodukten verwerkt kon worden.

De oplossing zocht men in een goed werkende pomp of zuig installatie waarmee men de melkbussen en de steeds meer, weliswaar ongekoelde melkopslagtanks, snel kon leeg pompen of zuigen, wat de hygiëne ook ten goede kwam, het monsteren van de melk had altijd een hoge prioriteit zodat men wist als de melk besmet was, van welke melkveehouder deze afkomstig was, De foto links is van een Dodge D500 Sweptline met een verlengde cabine en een tankopbouw van ongeveer 5.000 liter inhoud, behoort tot een van de allereerste RMO 's van het Noorden van Nederland. De melk werd onder vacuüm, uit de melkbus de boventank ingepompt door middel van een Jabsco Impellorpomp, deze had een capaciteit van ongeveer 375 liter per minuut. Onder het rijden van klant tot klant, liet de chauffeur de net ingenomen melk van de boventank via een melkmeter naar de ondertank stromen. Om de melkbussen na te spoelen, beschikte deze RMO over een aparte watertank. De RMO beschikte ook nog over een aanhanger om retour producten mee te nemen van de melkveehouder naar fabriek, dat was dan meestal wei of karnemelk. De ontwikkeling en opbouw van deze Dodge RMO begon begin jaren 60 en kwam geheel voor rekening van de Technische Dienst van de "Coöperatieve Fabriek voor Melkproducten te Bedum" en deed dienst van 1963 tot 1968.

Nu, na zo'n 30 a 40 jaar heeft de ontwikkeling van de RMO al die tijd niet stil gestaan en word nog steeds verfijnd, zoals de zeer geavanceerde meettechniek en pompinstallatie die zeer nauwkeurig de hoeveelheid gepompte melk bijhoud die de melkveehouder levert en daar zijn melkprijs voor krijgt. Een rit mag nooit langer duren dan totaal 10 uur vanaf de eerste geladen melk tot het hebben gelost aan de fabriek, zou dit door omstandigheden langer gaan duren dan 24 uur, dan moet de melk worden vernietigd. Voor dat er gelost mag worden dient de chauffeur eerst een tankmonster te nemen, het genomen monster word in het laboratorium gecontroleerd op verboden stoffen zoals antibioticum, is er wat gevonden dan volgt er altijd een contra-expertise, valt die ook positief uit, dan word de melk vernietigd en worden alle kosten dus de gehele RMO tankinhoud, het extra reinigen van de RMO tank plus een fikse boete, verhaald op de melkveehouder die de verontreinigde melk heeft geleverd wat men altijd kan achterhalen via de monsters die de chauffeur bij elke melkveehouder voor hij begint met pompen dient te nemen. Het gebeurd niet vaak en de melkveehouders zijn hier in de meeste gevallen ook tegen verzekerd. Het bedrijf waar de RMO thuis hoort word voor elke liter in combinatie met de gereden kilometers betaald door de zuivel -fabriek. Ook stelt de zuivelfabriek aan de melkveehouder de eis dat zijn erf geschikt moet zijn om een RMO van 34 ton te ontvangen, is dat niet het geval stuurt men een kleinere wagen [20 ton] maar daar moet de melk -veehouder wel extra voor betalen, ook dient de melkveehouder in de winter bij sneeuw en ijzel of met modder op de weg deze schoon te maken, anders word er geen melk opgehaald, bij overmacht krijgt hij schadevergoeding.

In de beginjaren van de RMO had o.a. Melkunie-Holland zijn eigen gespecialiseerde RMO onderhoudsmonteurs die in geval van storing aan de pompinstallatie mobiel kon uitrukken om ter plaatse het probleem op te lossen. Later toen het RMO transport volledig overging naar particuliere ondernemers is ook deze dienst overgegaan naar een gespecialiseerd extern bedrijf, een bekende in deze branche is, Groot RMO techniek die o.a. complete melkpompinstallaties inbouwt met een capaciteit van 60.000 liter per uur en geavanceerde datasystemen met GPS, zo wordt b.v. de veehouder herkend, tevens geeft dit systeem belangrijke informatie weer tijdens de rit over de inzameling van de melk, zoals de temperatuur en het aantal liters. Ook controleert dit data systeem of alle componenten goed functioneren die betrekking hebben op de melkontvangst zo mag de temperatuur van de melk niet boven de 6 graden zijn, de melktanks zijn dan ook thermisch geïsoleerd.Groetjes Hans. Geplaatst: 11 juni 2010

DE ALLEREERSTE RMO

Alhoewel men in Bedum claimde dat het de eerste RMO van het Noorden was, is dit toch onjuist. De CZ Concordia Nieuw Schoonebeek had al een RMO in ons land rijden op 17 december 1959 opgebouwd door: Fabrikaat Ahrens & Bode Schöningen. Op de foto kan je zien dat de melk in een soort van opvangbak werd gestort en daarna de tank werd ingezogen.

Ook bij Acmesa in Assen zaten ze niet stil, getuige deze demonstratie van een RMO Mercedes-Benz LK 338 van de Duitse Jansky, bij de zuivelfabriek te Assen RMO in 1961. Het hele bestuur was ook al in Duitsland geweest voor voorlichting en demonstratie van het zuig/pomp systeem van deze RMO Jansky, nog in datzelfde jaar reed de eerste RMO rond in het ophaalgebied van Acmesa Assen.

Timmerde men in het Noorden des land ‘s al flink aan de weg met de RMO, ging men in het Zuiden, met als primeur in februari1964 de CZ St Cunera in Rijkevoort, toch ook aan de slag met de zogenaamde Rijdende Melk Ontvangst, afgekort de RMO. Ook hier met het zelfde systeem door middel van het leeg zuigen van de melkbus wat geschiedde in zo 'n 10 a 15 seconden. Hier betrof het een DAF met twee compartimenten, een voor de opgehaalde melk en de ander voor retourproducten zoals ondermelk voor het vee. Ook hier telde het voordeel van het veel meer melk mee kunnen nemen per rit en veel minder handelingen op de fabriek zwaar mee in het aanschaffen van de RMO.

Het waren niet de zuivelfabrieken, maar de grotere melkveehouders die de invoering van de melktank wensten, en ook vonden dat de fabriek daarbij de taak had, om dit proces zo goed mogelijk te volbrengen. Natuurlijk verliep dit niet overal even vlotjes, het had vooral te maken met de grootte van de fabriek en het aantal aangesloten melkveehouders. Toch was deze manier van melkophalen niet meer te stuiten, ook al omdat in ons land in 1959 de eerste melkkoeltank op een melkveebedrijf in de Haarlemmermeer in gebruik werd genomen en daar niet meer bus voor bus moest worden leeggezogen. Vreemd was dan wel weer dat pas 3 jaar later in 1962 pas de 2e melkkoeltank werd geplaatst op een proefboerderij van de Landbouwhogeschool te Wageningen in samenwerking met het Melkhygiënisch Onderzoek Centrum (MOC)Maar in de jaren 80 met ca 45.000 melkkoeltanks, was het einde van de melkbus bij bijna alle melkveehouders en zuivelondernemingen een feit, bijna inderdaad, want het duurde nog tot 31 oktober 1998 eer dat de allerlaatste melkbussen van zo ‘n 50 kleine boerenbedrijfjes aangesloten bij de CZ Staphorst voor het laatst werden opgehaald, deze sloot ook daarna gelijk zijn deuren vanwege de aangegane fusie met ZOH om daarna weer op te gaan in: Friesland Coberco Dairy Foods.

Sommige melkbedrijven hadden het ook nog geprobeerd met een directe pijpleiding van melkveebedrijf naar fabriek, dit was een van de Zwitsers afgekeken methode, in Heino had men in 1963 zelfs een ringleiding van 2.5 Km lengte met 6 aansluitingen aangelegd. De laatste melkleiding dateert van 1977 – 1994 en betrof er een van 12 km lengte met een diameter van 7.5 cm. Deze liep van Nes op het Waddeneiland Ameland naar Holwerd. In Nes werd de melk eerst in grote tanks verzameld eer het naar de vaste wal werd gepompt, vanuit daar werd de melk verder getransporteerd met melktankwagens naar de fabriek. Kosten aanleg, 4 1/2 miljoen gulden. Er werd niet continu naar de wal gepompt, maar slechts 1x per dag een hoeveelheid van zo 'n 30.000 liter. Dit pompen ging heel ingenieus, in de leiding plaatste men eerst een rubberen bal die vervolgens werd opgepompt, dan werd er een hoeveelheid spoelwater de leiding ingelaten en als afsluiting weer een rubberen bal geplaatst. Daar achter kwam de melk afgesloten door een laatste opgepompte rubberen bal. De enorme pompen stuwde de melk met een snelheid van 1,7 meter per seconde naar het ontvangststation in Holwerd. Ook dit project werd vanwege de veel te hoge kosten stop gezet de melk ging als van oude weer per tankwagen naar de vaste wal.

Een nieuw tijdperk was aangebroken het zware werk om een volle melkbus met 40 liter melk op een vrachtwagen te laden, soms 2 lagen hoog met ook vaak nog een aanhanger er achter, is voorgoed verleden tijd. Voor veel melkrijders betekende dit de genadeslag van hun zelfstandig bestaan omdat ze door de zuivelfabrieken voor de keus werden gesteld, of investeren in een RMO waarbij de fabriek veelal hielp met de financiering daarvan, en zo niet, want het was ook niet voor iedereen mogelijk om als melkrijder te blijven rijden omdat er minder RMO's als bussenwagens nodig waren [deze kunnen immers veel meer liters vervoeren] werd hun een baan in de fabriek aangeboden of ging men een maatschap o.d. aan met een collega melkrijder, want inmiddels waren er ook gekoelde melktanks met grootte inhoud bij de melkveehouders geplaatst en kwam men nog maar 3 x in de week bij dezelfde melkveehouder. En juist door deze vooruitgang ging men nu 7 dagen van de week het hele jaar door de melk ophalen. en omdat men niet meer afhankelijk was van de tijd, kan dat dag en nacht met als gevolg dat elke RMO een drie ploegendienst had, en dus door 3 chauffeurs word bemand. Sommige melkfabrieken hadden nog wel eigen chauffeurs op de RMO maar door de vele fusies en sluitingen is nu alles geprivatiseerd. Klik op de Button om de diverse filmpjes over het oude bussen vervoer te bekijken.